Na de vochtige omhelzing van Rootless Bog achter zich te laten, zette Vuurmeester Martijn zijn reis voort naar Cricket Woods, een mysterieus woud dat bekend stond om zijn nachtelijke bewoners. De volle maan stond hoog aan de hemel, haar zilveren gloed als een stille en heldere gids door de duisternis. Martijn wist dat dit deel van zijn reis in de nacht moest worden afgelegd als hij wilde vinden wat hij zocht. Cricket Woods, zo werd gefluisterd, was de thuisbasis van piepkleine wezens, zo fijn en etherisch dat ze gemakkelijk voor pixies aangezien konden worden.
De bossen van Cricket Woods waren levendig en gevuld met een symfonie van geluiden die alleen bij nacht hoorbaar waren. Het zachte gefluit van de wind door de bladeren en het melodieuze gezang van onzichtbare wezens creëerden een betoverende sfeer. Martijn voelde zich als betoverd door de schoonheid van deze plek, een welkome afwisseling na de benauwende sfeer van het moeras. Als in een trance zette hij voet voor voet zijn reis voort. Zijn fakkel verlichtte de omgeving, de prachtige oude bomen zichtbaar makend in de nacht.
Terwijl hij dieper het bos in trok, begon hij de kleine, kleurrijke wezens te zien die tussen de bladeren fladderden. Zachte tonen en gefluister vulden zijn oren. De wezentjes waren prachtig, met lichtgevende vleugeltjes die glansden als edelstenen in het maanlicht. Ze leken wel licht te geven net als vuurvliegjes. Deze wezens, hoewel schuw, leken nieuwsgierig naar de vreemdeling in hun midden. Steeds meer wezentjes vlogen om hem heen. Het gefluister werd luider, alsof ze hem aan het testen waren.
Uiteindelijk, na enige tijd van afwachtende observatie, naderde een van de wezens hem en het gefluister stierf meteen weg. Het sprak in een taal die zo zacht en melodieus was dat het leek op het ruisen van de wind. Martijn, wiens kennis van oude magische talen behoorlijk was, begreep al snel hun dialect en intentie. Het wezentje vertelde hem over de geheimen van Cricket Woods, over verborgen paden en oude magie. Ze spraken ook over zijn zoektocht naar het mysterieuze artefact, en boden aanwijzingen die hem naar koudere klimaten zouden leiden.
Te midden van hun gesprek, overhandigde het miniscule wezentje Martijn enkele bladzijden, delicaat als spinnenwebben, met daarop meer van het onbekende schrift. Martijn bestudeerde ze aandachtig, elk woord en symbool absorberend, zijn hoofd racend om de connecties te maken. Deze teksten leken aanwijzingen te bevatten die wezen op een reis naar het zuiden, naar de bevroren landen die bekend stonden als de Restless Mountains.
De wezens van Cricket Woods, hoewel behulpzaam, waarschuwden hem ook. De weg die voor hem lag, was bezaaid met gevaren, niet alleen van de natuur, maar ook van wezens die minder vriendelijk waren dan zijzelf. Martijn luisterde aandachtig, zich bewust van de risico’s, maar ook van de noodzaak van zijn missie. Het artefact moest immers gevonden worden en naar Magical Triangle gebracht worden. Met lege handen teugkeren was absoluut geen optie.
Toen de ochtend naderde en de eerste tekenen van zonsopgang de hemel kleurden, nam Martijn afscheid van de wezens van Cricket Woods. Uitgepraat waren ze nog lang niet. Zoveel eeuwen als deze wezens oud waren zoveel kennis hadden ze kunnen delen. Met de eerste zonnestralen door de takken verdwenen de kleine wezens alsof ze er nooit geweest waren. De Restless Mountains wachtten op hem, een nieuw hoofdstuk in zijn zoektocht naar het artefact en de geheimen van het oude schrift.
Terwijl hij het bos verliet, keek Martijn nog eenmaal achterom, een stille dankbaarheid voelend voor de wezentjes die hem hadden geholpen.
