fbpx

Met de aanwijzingen verkregen in Cricket Woods, begaf Vuurmeester Martijn zich naar het zuiden, richting de befaamde Restless Mountains. Deze bergketen, bekend om haar eeuwige sneeuw en ijs, was een wereld verwijderd van de warme, levendige bossen waar hij vandaan kwam. De lucht was hier ijzig en scherp, en elk ademteug voelde als een mes dat zijn longen sneed. Maar Martijn was goed voorbereid; zijn grijze mantel was niet alleen een camouflage in de nacht, maar bood ook bescherming tegen de meedogenloze kou. Als vuurmeester wist hij zich normaliter goed warm te houden, maar dat was in deze omgeving toch behoorlijk lastig. De ijzigheid van de lucht zorgde ervoor dat de kou tot aan zijn botten gevoeld kon worden. Zijn lichaam verkrampte van de kou en hij kon zijn moeilijk bewegen en focussen. Iets wat het gebruik van magie bijna onmogelijk maakte.

De Restless Mountains waren een eenzaam landschap van eindeloze sneeuw en ijs, waar elke stap voorzichtig gezet moest worden zodat je niet uitgleed. Het gevaar van verborgen ijskloven en verraderlijke sneeuwstormen was altijd aanwezig. Martijn voelde zich klein en nietig in deze uitgestrekte witheid, een eenzame reiziger tegenover de macht van de natuur.

Terwijl hij door de besneeuwde paden trok, bleef het gevoel van achtervolging hem kwellen. Het was een ongrijpbaar gevoel, alsof hij bekeken werd door onzichtbare ogen. Martijn wist dat de bergen hun eigen geheimen hadden, en dat sommige daarvan allesbehalve vriendelijk waren. Hij hield zijn toverstok paraat, klaar om zichzelf te verdedigen tegen welk gevaar dan ook dat uit de schaduwen tevoorschijn zou kunnen komen. Zijn magische navigatie-fakkel hielp hier niet. Ondanks zijn controle over vuur was de wind, gepaard met de hevige sneeuwval, teveel weerstand voor het fakkelvuur. De vuurmeester kon regelmatig niet anders dan enigszins spoorloos in het rond dolen.

Ondanks de uitdagingen van het terrein vond Martijn in deze ijzige wildernis na enige tijd meer van de geheime teksten. Ze waren gegraveerd in de bevroren wanden van enkele diepe grotten. Deze teksten leken te suggereren dat het artefact zich in een warme omgeving bevond, een groot contrast met de koude bergen waar hij zich nu bevond. Het bijzondere schrift bleef een ingewikkeld iets. Martijn had het gevoel alsof hij van het kastje naar de muur gestuurd werd. Het gaf hem het gevoel dat de reis oneindig kon zijn.

Deze ontdekkingen waren zowel verwarrend als intrigerend voor Martijn. Ze betekenden dat zijn zoektocht nog ingewikkelder was dan hij oorspronkelijk had gedacht. De tocht naar het artefact was niet slechts een eenvoudige zoektocht, maar een puzzel die hem door de meest uiteenlopende landschappen van de magische wereld leidde. Maar waarom?

Terwijl hij verder trok door de ijzige berggebieden leken de dagen korter te worden en de nachten langer en kouder. Het was alsof de natuur met hem probeerde af te rekenen door zijn reis zo moeilijk mogelijk te maken. Het was dan ook niet zonder slag of stoot dat Martijn zich elke ochtend uit zijn tent dwong. De enige plek waar hij enigszins warm kon worden. Een nacht stormde het zelfs zo hard dat Martijn het bijna overwoog om zijn tent maar gewoon volledig onder te laten sneeuwen. Terwijl hij dan warm probeerde te blijven in zijn bed fantaseerde hij over het warme gebied wat hij hierna kon bezoeken. Die gedachtes hielpen een beetje tegen zijn koude voeten. Voor de laatste koude nacht zette Martijn zijn magische tent op, zijn toevluchtsoord in het hart van de ijzige woestenij. Daar, in de warmte van zijn tijdelijke onderkomen, bestudeerde hij met koude vingers de teksten die hij had verzameld. Opgelucht dat het einde van de kou in zicht was. Toch was er naast zijn opluchting verwarring. Waar kwam deze vreemde taal vandaan? En wie gebruikte het nog? Maar nog belangrijker: hoe was het verbonden met zijn reis?