Deze stukken uit een dagboek werden gevonden tijdens Beacon of Hope. Niemand weet wie deze Beryl nou precies is…
1 oktober
Mijn moeder vroeg mij om de kelder op te ruimen. Een zaak runnen zorgt er vaak voor dat die ruimte een bende is, overal liggen stukken metaal. Ik had er niet zo’n zin in, aangezien ik vaak zo onrustig slaap, maar ik wou mijn moeder zeker helpen dus ik stropte mijn mouwen op, deed twee leren handschoenen om en daalde de keldertrap af.
Nu moet ik zeggen dat ik deze metaalstukken net mooi vind, het zijn net puzzelstukken die je in elkaar kunt zetten en iets nieuws mee kunt creëren. Mijn ouders kunnen de mooiste kettingen en oorbellen en haarsieraden uit deze simpele glimmende vierkanten maken. Ik zat na te denken hoezeer ik ook mooie dingen wil creëren, maar het fijne plooi- en decoreerwerk die mijn ouders onder de knie hebben, daar moet ik nog wat aan oefenen.
Na het verschuiven van gereedschap en het op stapels leggen van ontelbare stukken metaal, werd ik duizelig en moest even zitten. De dromen die mijn slaaprust verstoorden kwam naar boven, terwijl ik daar zo zat. Ik was het zat en wou achterhalen wat ze betekenden… ik zie vlagen van glimmend goud, glimmend brons, glimmend zilver, die vormen aannemen die rondhupsen, rondslingeren, rondrennen, en ze leken uit mijn handen te komen…
Telkens de droom wat scherper werd schoot ik wakker, maar deze keer leek ik in een trance verder te gaan, zag ik mijn handen vliegende bewegingen maken, verschillend gereedschap omklemmende, zette ik bouten strakker en hamerde ik metaal in vorm, terwijl een blauw licht feller werd en het ding in leven riep. Ik deed mijn ogen open en merkte… dat ik deze trance echt uitvoerde! Voor me zat een, ietwat misvormd zal ik zeggen, konijn die ik gemaakt had… en het bewoog uit zichzelf! Het sprong uit mijn handen maar knalde toen uit elkaar. En toch… had ik iets gemaakt dat eventjes leefde… maar hoe deed ik dat?
5 oktober
Ik vertelde, na het incident in de kelder, schoorvoetend aan mijn ouders wat er daar was gebeurd. En dat ik wou onderzoeken wat ik nog meer kan. Ik zag mijn vader bedenkend naar mij staren, en vroeg wat ik dan wou doen. Ik heb al langer het verlangen om er op uit te trekken, maar dit voorval maakte het voor mij zeker: ik wou op reis op mezelf, maar ook deze “gave” (wat het ook is) te leren kennen.
Mijn ouders leken hiervan te schrikken, onvoorbereid op deze mededeling. Ze gaven toen aan er over te praten met elkaar, en met mijn grootouders die op dat moment al naar bed waren. Ik snapte hen wel. Hun juwelenwinkel wordt open gehouden van generatie op generatie, al eeuwenlang. Dat ik, als enig kind, plots aankondig dit niet als droom te hebben, moet wel heftig zijn. Die avond liep ik ongemakkelijk door het huis rond.
En toen kwam de ochtend… die verliep in de middag… ik had mijn ouders en grootouders al zien praten met elkaar, stilletjes. Ik wou ze geen druk geven dus ik deed maar wat taakjes hier en daar. Tot mijn grootmoeder kuchte en vroeg of ik me bij hen kon vervoegen in de woonkamer.
Ik ging met knikkende knieën naast mijn vader zitten. Hij legde een hand op mijn schouder en het knikken in mijn knieën bedaarde een beetje. Ze gaven aan dat ze geschrokken zijn, en een beetje beduusd van wat komen gaat, maar dat ze al van kinds af zagen dat ik een “vrije ziel” was, zoals mijn grootmoeder het stateerde. Ze waren wat in paniek over wie op lange termijn dan de zaak zal overnemen, maar ze waren het allemaal eens dat ze mij niet thuis wilden houden om me ongelukkig verder te zien opgroeien. En ik kreeg de toestemming.
De komende 2 dagen is een waas, er werd materiaal verzameld zoals wandelschoenen, een dikke wollen mantel (uiteraard met één van hun handelsmerkbroches erop), een mooie stevige tent, kookgerei en dergelijke… en ook het gereedschap en te dragen stukken metaal uit de kelder. Ik nam afscheid… en ben sindsdien op weg.
16 oktober
Weinig tijd gehad om te schrijven. Er kwamen zo veel nieuwe indrukken op me af. Ik besef nu pas hoe veilig ik ben opgegroeid. Alleen zijn, alleen gaan slapen, alleen ronddwalen… dat ben ik niet gewoon. Maar toch voelt het ergens vertrouwd, alsof het zo voorbestemd was. Ook al heb ik intussen een aantal keren in de bosjes moeten overgeven van angst…
Ik heb intussen al 3 postkaartjes met lokale postbedrijfjes naar mijn thuisadres gestuurd. Ik zag zo wel al hele mooie vogels… in onze stad gebruikten ze vaak postduiven, maar ik zag intussen al valken, uilen, zelfs een pelikaan bij een haven… En alhoewel ik al hele vreemde, kleurrijke en exotische figuren heb gezien in tavernen en kroegen, heb ik nog geen smid gezien, of mensen met metalen kledij, of met grote hamers of… nou ja.
Ik weet niet zo goed wat ik verwacht had. Ik ben met een half plan halsoverkop vertrokken. Het opzetten van de tent ben ik intussen ook al iets meer gewoon, je moet wel snel leren als je niet om de haverklap in de gietende regen je tent moet opslaan. In de tent probeer ik dan met het gereedschap van thuis een levend metalen wezen te creëren. Hier en daar is me al wat gelukt, maar ze vallen altijd uit elkaar.
Nou was mijn laatste creatie, een nieuwsgierige uil, toch de beste geworden. Terwijl ik het in elkaar schroefde, zag ik het heldere beeld voor me van een postuil die me vrolijk gedag kwam zeggen, toen ik laatst een postkaart naar huis stuurde. Het ding wou meteen de uitgang van de tent verkennen, wat ik toch wat tegen hield, en hopte hierna rond in de tent alvorens in klinkende stukken uit elkaar te vallen.
Dit fijne contact, zo alleen in de tent, was zeer welkom. De geluiden van het bos om me heen, de krakende takken en het geritsel overspoelden me eens het ge-echo van de gevallen metalen vos voorbij was. Ik voelde me plotskaps intens eenzaam en bang. Er moet toch een manier zijn me veiliger te voelen in deze tent?
17 oktober
Het is me gelukt! Ik heb de hele nacht zitten tobben over hoe ik mijn tent kan beschermen zodat ik met een toch iets geruster gevoel kan slapen. En zo bedacht ik een constructie uit licht metaal, die als het ware “leeft” om de tent heen. Licht metaal, zodat ik het makkelijk kan opvouwen en meenemen.
Ik trok bij het ochtendgloren de nabije stad in, waar ik al die dagen naartoe aan het trekken was, in de hoop daar eindelijk een smidse te vinden, of toch iemand die verstand heeft van metaal en van bouwen en dergelijke. En die vond ik!
Een super vriendelijke man, met gigantische rosse snor genaamd Gibert Mystacius, had wel wat restmetaal liggen voor mij. Hij lachte wel om mijn idee, maar vond me aardig genoeg me toe te laten in zijn atelier. Daar heb ik heel de dag zitten bouwen, terwijl ik net als de metalen uil een levendig beeld voorstelde van hoe het ding er uit zou zien en hoe het zich zou “gedragen”. Ik wist dat ik het kon, ik geloofde rotsvast in dit ding, en het blauwe licht dat Gibert magie noemde, hield de constructie staande… en toen was het af.
Ik gilde of ik de tuin van Gibert even mocht gebruiken, zette mijn tent in recordtempo recht, vouwde de constructie er om heen en… het stond er. Het liet mij makkelijk toe in de tent, aangezien ik de maker was, maar eens Gibert dichterbij kwam ontstond er een energetisch blauw veld om de tent, en de smid weigerde de tent binnen te treden. Het schrok hem af… ideaal! Ik ben waanzinnig trots op mezelf. Dit is mijn eerste gelukte creatie, die stand houdt! Nou ja, voorlopig. Wie weet klapt het morgen in.
En toch… voel ik een soort “connectie” ermee. Alsof het mijn vriend is, en het deel van mijn energie is. Gibert keek me wat raar aan, maar gaf aan dat magie nu eenmaal een bijzondere wending kan hebben, voor me joviaal op de schouder te meppen en me uit te nodigen voor avondeten. Dit is het leven wat ik altijd al wou, en eindelijk in vervulling kan brengen.
23 oktober
Ik verbleef na het maken van mijn metalen tentversterker (de naam kan nog wat beter, weet ik) nog enkele dagen bij Gibert. Hij toonde me manieren om naadloos metaalstukken aan elkaar te solderen, hoe je werkt met hamer en aambeeld, wat je allemaal kan creëren met metaal en ik zag een hele wereld voor me openbloeien. Eindelijk leerde ik het grove metaalwerk, desondanks ik heel dankbaar ben wat ik allemaal van mijn ouders en grootouders heb geleerd.
Deze kennis inspireerde me om opnieuw een dier te proberen maken. Dit maal koos ik voor een kikker, aangezien een kikker vaak met magie gelinkt wordt, leek me dit ideaal om mijn eigen “magie” op te testen. Dat, en ik zag wat oude springveren liggen bij Gibert en het leek me geinig die in kikkerpoten te verwerken. Afgelopen nacht heb ik heel de nacht doorgewerkt (sorry voor het lawaai, Gibert) en in de ochtend stond ie daar klaar op tafel: een grote metalen kikker, die met doordringend aankeek. De ogen had ik gemaakt van glas, en je zag erachter het blauwe magisch licht knetteren. Ik opende mijn armen en warempel, de kikker sprong meteen in mijn armen.
Ik knalde op de grond (die kikker is niet licht, hoor!), en Gibert kwam het atelier binnen, met zijn slaapmuts nog op zijn rosse haren. Hij gierde het uit toen hij zag wat ik had bewerkstelligd, en klapte in zijn handen. Ik negeerde hem ietwat en bleef de kikker in de gaten houden. De bewegingen die het maakte leken stevig, en het zag er niet naar uit dat hij uit mekaar wou vallen.
En dat deed hij niet, 7 uur later zat ik aan tafel met Gibert te eten en de kikker sprong vrolijk door de kamer heen. Het maakte een ietwat kwaakgeluid, maar het klonk niet natuurlijk. Maakte mij niet uit. Het klonk mij als muziek in de oren. Een eigen kompaan! Ik noemde het wezen Rana. Na het eten nam ik afscheid van Gibert, tijd om naar de volgende stad te reizen en onderweg meer over mezelf en mijn magie te leren.

