Snel sprak ik de helende spreuk Regenero over mijn geschaafde knie terwijl ik mijn omgeving observeerde. Het was nacht, maar helder maanlicht scheen over me heen. Ik struikelde over iets… een touw? Al snel zag ik dat het geen touw, maar een lange stengel was: een klimoprank. Het leek te bewegen, alsof het een poging wou doen om mijn been vast te grijpen. Wat vreemd?
“Orbsion!”, sprak ik uit, vergezeld van de correcte toverstokbeweging.
De beschermende koepel rondom me heen hield het voor nu in ieder geval was tegen. Donkere energie bewoog rondom de plant heen, en ik merkte dat het volledig verwoekerd zat in de gehele rotswand, waar de klimop tegenop groeide. De bladeren leken te trillen, en het zag en voelde heel onnatuurlijk aan.
Rustig uitademend zette ik voetje voor voetje richting de wand. Ik volgde de donkere kleur, verder langs de planten heen, op zoek naar de bron. Dit was geen natuurenergie en moest zo snel mogelijk verwijderd worden voordat de klimop volledig muteerde, met alle rampzalige gevolgen nadien.
Mijn hoofd begon theorieën in elkaar te puzzelen. Ik had al opgemerkt, en ook gehoord dat er mogelijks een Vigóran in de buurt aanwezig was. De energievogel was er meestal aan het einde van de nacht, wat indiceert dat ze hier in de buurt de overtollige energie uit haar staartveren achterliet. Mogelijks… had deze Vigóran heel wat nare nachtmerries verorberd. Meestal lusten haar jongen deze wel. Vreemd dat deze energie dan gedumpt wordt.
Eindelijk zag ik de bron van duisterheid. Het leek te krioelen, te knetteren, rondom een boom nabij de groene klimopwand. Maar het was nog groeiend. Het was nog in te tomen. Ik ging zitten op de grond, voelde misselijkheid mijn lichaam overnemen. Ik zette door, bracht mijn geest tot rust en focuste op mooie herinneringen. Bitterzoete herinneringen… terwijl tranen over mijn wangen stroomden, sprak ik luid en duidelijk:
“Luminos Lunar,” terwijl mijn toverstok een zwiep omhoog ging, een halve-maansbeweging.
Ik voelde het maanlicht mijn longen vullen met hernieuwde adem, mijn hoofd werd helder, terwijl mijn mondhoeken in een glimlach krulden. Deze warme energie liet ik langs mijn uitgestrekte armen vloeien. Rustig omarmde ik de boom, die in mijn hoofd kermde van de pijn. De zwarte energie, al teer, begon op te lossen. Het vergde veel van mijn kracht, maar het werkte. Samen met de boom en de klimopranken slaakte ik een zucht van verlichting. Het was weg.
Snel legde ik me neer op de grond, aardend en wachtend tot ik me weer sterk genoeg voelde. In mijn hoofd kwam dezelfde gedachte steeds terug: dit was geen gewone energie van nare dromen. Dit was… erger? Duisterder. Alsof er mee geknoeid was. Als mijn theorie van de Vigóran klopt, dan heeft deze die energie bewust laten vallen, om haar jongen niet ziek te maken. Ik heb te weinig kennis van duistere energieën om te achterhalen wat het nou was… mijn ogen trilden open en terwijl ik naar de sterrenhemel keek, fluisterde ik:
“Was Benfolo maar hier…”
