Verlekkerd keek meneer Bruintjes door het raam van de antiek winkel. In het boetiekje lagen voorwerpen die voor sommige prullaria leek maar voor anderen een mooi gevoel of fijne herinnering gaven. Een drakenbenen mes met tekens, een schrijver met een zilveren nib en een paar mooie kettingen van hout en metaal hingen aan een kersenhouten standaard in de etalage. Waar Ernst Bruintjes vooral geïnteresseerd naar keek was een glazen bol op een messing voet, welke al maanden zijn aandacht trok. Hij opende zijn bruin lederen portefeuille, maar kwam al gauw tot de ontdekking dat hij veel te weinig geld had. Helaas was het binnenkort ook weer tijd om de pachtheer de huur te betalen. Meestal wist Bruintjes op de een of andere manier niet thuis te zijn, wat resulteerde in vier maanden huur achterstand. Hij besloot uiteindelijk de bol niet mee te nemen. Zijn filosofie was dat als de bol echt voor hem bedoelt was, hij wel zou blijven liggen. Immers had hij nog niet alle ingrediënten om de glazenbol tot Kijkkristal te maken.