‘Een ketel die vanzelf heet werd, dat was nog es een goede uitvinding’, zo dacht meneer Bruintjes toen hij opstond. Zijn huisje was maar klein, zijn keukentje nog kleiner. De muren en het dak waren van hout en stro waardoor het verwarmen van toverdranken nogal een gevaarlijke onderneming was, zeker voor iemand die zichzelf de ‘Bezwering Brouwer’ noemde. Hij pakte zijn perkamenten spreukenboek en begon spreuken uit te zoeken, te combineren en te wijzigen. Zijn handlettering was praktisch onleesbaar maar zeer doeltreffend. Na een aantal maanden had hij een perfecte combinatie van spreuken en bezweringen welke ervoor zorgde dat de ketel de ingrediënten kon verwarmen, zonder dat het gietijzer zelf heet werd.
Jammer genoeg heeft Bruintjes tijdens de eerste test al zijn notities en kladwerk in de zelf verwarmende ketel gegooid omdat hij niets anders voorhanden had. De ketel staat sindsdien rokend en puffend op de keukentafel.
