fbpx

Na de ijskoude eenzaamheid van de Restless Mountains achter zich te laten, zette Vuurmeester Martijn zijn reis voort naar de verzengende woestijn van Terra Crest. Hier, in dit uitgestrekte en onherbergzame landschap, was de hitte overweldigend, een schril contrast met de ijzige kou die hij net had verlaten. De zon brandde ongenadig, haar stralen als vurige pijlen die alles op hun pad verschroeiden. Hoewel Martijn een vuurmeester was en gewend was aan de hitte van vlammen was dit meer dan hem lief was. Maar Martijn was voorbereid; zijn mantel, die hem in de bergen tegen de kou beschermde, weerkaatste nu de intense zonnestralen, waardoor hij een mate van verlichting vond in de ondraaglijke hitte.

Terra Crest was een land van extremen, waar het leven zich vastklampte aan elke beschikbare bron van water en schaduw. Dieren waren even schaars als vegetatie. De woestijn was een uitgestrekt canvas van zand en steen, onderbroken door sporadische oases die een kortstondige verlichting boden. Al was het op grotere afstanden moeilijk te zien in de trillende lucht of de oase echt was of slechts een fata morgana. In deze meedogenloze omgeving zette Martijn zijn zoektocht voort naar aanwijzingen voor het mysterieuze artefact. Hij speurde tussen de rotsen en het zand, op zoek naar meer van het geheimzinnige schrift dat hem tot dusver had geleid. Het was een uitputtende taak, elke steen die hij omdraaide en elke zandkorrel die hij onderzocht, bracht hem dichter bij nieuwe aanwijzingen. In de nachten studeerde hij in zijn tent en navigeerde hij op de sterren. Samen met zijn navigatie fakkel leek de richting vrij duidelijk te zijn, zelfs al leek elke zandduin op degene ervoor.

In de schaduw van een grote rotsformatie vond Martijn een reeks symbolen en tekens, diep in de stenen gekerfd. Ze waren anders dan alles wat hij tot nu toe had gezien, complexer en meer verfijnd. Martijn bestudeerde ze zorgvuldig, hard nadenkend om de betekenis te ontcijferen. Deze tekens leken een soort route te beschrijven, een gids die hem zou kunnen leiden naar de locatie van het artefact. Voor een zoektocht naar één object viel het Martijn op dat alle aanwijzingen in andere dialecten beschreven leken te zijn. Alsof iedereen, in alle gebieden die hij tot nu toe heeft bezocht, een stukje van de puzzel toevertrouwd heeft gekregen.

Terwijl hij verder ging, voelde Martijn de aanwezigheid van iets onbekends. Het was niet langer het subtiele gevoel van achtervolging dat hij eerder had ervaren, maar een tastbare aanwezigheid die hem leek te bespieden vanuit de schaduwen van de woestijn. Hij wist dat hij niet alleen was, dat er ogen op hem gericht waren, ogen die behoorden tot iets of iemand die hem vanaf een afstand gadesloeg. De vuurmeester kon echter niets of niemand ontdekken. Het gaf hem bijna het idee dat hij wellicht een zonnesteek had opgelopen en een delirium nabij was. Moe van de hitte en de nieuwe indrukken die de aanwijzingen hadden weggegeven zette hij zijn tent weer op. Gelukkig was het koel en veilig daarbinnen. Niemand kon dan immers zien hoe hij alle tekens en symbolen aan het bestuderen was. Wederom bestudeerde hij tot diep in de nacht de vreemde taal, tot hij moe in slaap viel.

De volgende dag pakte hij snel zijn tent weer in en ging weer op pad. Voor hem lag Myrs Grove, zo leek de aanwijzing vertaald te zijn.